Straatnamen zijn geen toeval, maar keuzes
Straatnamen lijken misschien onschuldig. Maar ze vertellen een verhaal. Ze bepalen wie wij zichtbaar maken in onze openbare ruimte – en wie niet. In Brummen zijn straten vernoemd naar planten, erfgoed, wethouders, burgemeesters, componisten en schilders. En zodra het om lokaal betekenisvolle personen gaat, blijken het vrijwel zonder uitzondering mannen te zijn.

Dat is geen neutraal gegeven. Dat is een historisch gegroeide scheefgroei die je alleen doorbreekt als je er bewust voor kiest.
“Geen taak van de raad”? Juist wel!
Dat straatnamen administratief door het college worden vastgesteld, klopt. Maar dat ontslaat de raad niet van haar kaderstellende rol. De raad bepaalt wat belangrijk is voor Brummen. Welke waarden we willen uitdragen. Wie we eren. Wie we doorgeven aan volgende generaties.

Wie zegt “dit is geen taak van de raad”, zegt in feite: laten we het vooral niet hebben over representatie, gelijkwaardigheid en geschiedenis. Dat is geen bestuurlijke bescheidenheid, dat is politieke gemakzucht.

Sterke vrouwen waren er al — we zagen ze alleen niet
Neem Anne Zernike. In Eerbeek vooral bekend als “de vrouw van Jan Mankes”. In werkelijkheid was zij de eerste vrouwelijke theoloog van Nederland, een uitgesproken, radicaal vrijzinnige denker die hier werkte aan haar proefschrift. Hoeveel inwoners kennen haar naam? Toch mogen we trots zijn op iemand met zo’n nalatenschap.

Of Anna van de Bosse. Wereldvermaard zoöloog, pionier in algenonderzoek, eerste vrouw in Nederland met een eredoctoraat, medeoprichter van de Montessorischool in Eerbeek. Haar werk geldt wereldwijd nog steeds als basis voor koraalonderzoek. En toch: een bos en een laan dragen de naam van haar man, Carl Weber. Zij blijft onzichtbaar in Brummen.
Dat is geen toeval. Dat is hoe geschiedenis vaak met sterke vrouwen is omgegaan: hun bijdrage werd kleiner gemaakt, verhuld, of weggeschreven.

“Later krijgen vrouwen wel een straatje”
Het meest onthullend was misschien wel de niet concrete toezegging dat vrouwen later ook “wel een straatje” kunnen krijgen. Alsof zichtbaarheid iets is dat je eindeloos kunt uitstellen. Alsof het niet telt wanneer je zichtbaar bent.
Juist bij een nieuwe wijk – zoals het Burgerterrein in Eerbeek – heb je een uniek moment om het meteen goed te doen. Zeker omdat de toegang vanuit het dorp gaat over het Elis Ligtleeplein gaat, een unieke kans dus. Wie nu niet kiest, kiest automatisch voor voortzetting van de oude norm. Uitstel is hier geen compromis, maar stilzwijgende instandhouding.

Dit gaat niet over bordjes, maar over 2026
Wie denkt dat dit een symbolisch zijpad is, vergist zich. Wereldwijd staan vrouwenrechten en gendergelijkheid onder druk. Ook in Europa en Nederland is sprake van terugval, van georganiseerde tegenbewegingen die verworven rechten ter discussie stellen. In zo’n context is zichtbaarheid in de publieke ruimte geen detail, maar een statement.
Straatnamen laten zien wie wij belangrijk genoeg vinden om elke dag te noemen. Tegen wie meisjes opkijken. Welke verhalen we normaal vinden.
Wie dan zegt: “dit is geen taak van de raad”, zegt feitelijk: dit gesprek is niet de moeite waard. En dát is precies waarom het wél nodig is.

Tijd voor een ommekeer
Dit voorstel ging niet over “tegen mannen”. Het ging over correctie van een historische scheefgroei. Over recht doen aan mensen die er waren, maar niet werden gezien. Over een openbare ruimte waarin ook meisjes kunnen denken: ik hoor hier ook thuis.

Het is nog niet te laat. De raad kan alsnog richting geven:
· door representatie expliciet op te nemen in straatnaambeleid;
· door inwoners te betrekken bij het ophalen van namen van sterke vrouwen;
· door te beginnen waar het kan: bij nieuwe wijken.
Want laten we eerlijk zijn: zolang sterke vrouwen geen plek krijgen in ons straatbeeld, staat er in Brummen nog altijd een glazen plafond – niet boven de stoep, maar ín de straatstenen.
Weg met het straatstenen plafond